Op deze pagina leer je welke onderdelen in een computer zitten, hoe ze werken en welke specificaties belangrijk zijn. De uitleg is bedoeld voor jongvolwassenen zonder IT-achtergrond.
Verken een pc van binnen
Beweeg je muis over de kaart of tik op een onderdeel om een korte uitleg te zien.
Processor (CPU)
De processor is het brein van de computer. Hij rekent alles uit wat je programma's vragen en bepaalt voor een groot deel hoe snel je pc aanvoelt.
Hertz (Hz) – het aantal stappen (kloksnelheid) per seconde. Hoe hoger, hoe meer berekeningen per seconde.
Multiplier – vermenigvuldiger van de basissnelheid van het moederbord. Basisklok × multiplier = uiteindelijke CPU-snelheid.
Transistor-grootte – hoe klein de transistoren zijn (bijvoorbeeld 7 nm). Kleiner betekent vaak zuiniger en sneller.
Aantal transistoren – moderne CPU's bevatten soms miljarden transistoren. Meer transistoren maken complexere berekeningen mogelijk.
Volt (spanning) – hoe hoger de spanning, hoe meer stroom de CPU gebruikt en hoe warmer hij wordt.
Moederbord
Het moederbord is de grote printplaat waar alle onderdelen op of in worden geprikt: processor, geheugen, opslag en videokaart.
PCB – de 'Printed Circuit Board'; de fysieke plaat met kopersporen waar alles op gesoldeerd zit.
Sockets – aansluitingen voor CPU, RAM, videokaarten en opslag. Elk type CPU gebruikt zijn eigen socket.
Dual channel – techniek waarbij twee RAM-modules samen werken voor hogere geheugensnelheid.